S Stuurgitter.nlSlimmer wonen, fijner tuinieren

Waarom bijen en hommels het verschil kunnen maken in je oogst

Bijen en hommels zijn geen leuke bijkomstigheid in je tuin of op je land, maar directe medewerkers aan je oogst. Zonder hun bestuivingswerk blijven veel bloemen onbevrucht en mis je vruchten, bessen en zaden. Het verschil tussen een matige en een overvloedige oogst zit vaak in de aanwezigheid van de juiste bestuivers op het juiste moment. Wie snapt hoe bijen en hommels verschillend te werk gaan, kan daar gericht op inspelen.

Waarom bijen en hommels het verschil kunnen maken in je oogst
© Stuurgitter.nl Waarom bijen en hommels het verschil kunnen maken in je oogst

De Europese Commissie meldt dat ongeveer vier op de vijf gewas- en wilde bloeiende plantensoorten afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving. Dat betekent dat het overgrote deel van wat wij eten, direct of indirect afhankelijk is van insecten die stuifmeel van de ene bloem naar de andere brengen. De FAO benadrukt dat een hogere bestuivingsdichtheid en -diversiteit direct kan leiden tot hogere opbrengsten. En de U.S. Fish & Wildlife Service noemt insectenbestuiving jaarlijks goed voor meer dan 34 miljard dollar aan waarde voor Amerikaanse landbouwgewassen. Kortom: bestuivers zijn geen detail, ze zijn een productiefactor.

In de praktijk zie je dat verschil terug in je eigen tuin of op je perceel. Een courgetteplant die goed bezocht wordt, geeft meer vruchten dan eentje die maar af en toe een bij ziet. Tomaten hebben baat bij hommels die door trilling stuifmeel losmaken. Fruitbomen zijn vaak afhankelijk van vroege bestuivers. En gewassen zoals pompoen, komkommer en paprika profiteren van een mix van bestuivers. Wie alleen op honingbijen rekent, laat kansen liggen. Hommels, solitaire bijen en andere wilde bestuivers vullen elkaar aan in weer, temperatuur en bloemvoorkeur.

Wat bijen en hommels precies doen voor je oogst

Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel van de meeldraden naar de stamper. Dat klinkt simpel, maar het is de stap die bepaalt of een bloem uitgroeit tot vrucht of zaad. Bijen en hommels zijn daarin de belangrijkste helpers in veel tuinen en landbouwgebieden.

Honingbijen zijn echte generalisten. Ze bezoeken veel verschillende bloemen, werken in grote kolonies en zijn vooral actief bij gunstige temperaturen. Ze zijn uitstekend in het bestuiven van fruitbomen, bessenstruiken en veel eenjarige gewassen. Hun kracht zit in aantallen: als een volk eenmaal een goede bloem heeft gevonden, komen er veel werksters op af.

Hommels hebben een ander profiel. Ze zijn groter, hariger en kunnen bij lagere temperaturen vliegen. Daardoor zijn ze vaak vroeger in het seizoen actief en ook op koele, bewolkte dagen. Belangrijker nog: sommige hommels kunnen trillen om stuifmeel los te maken, ook wel buzz pollination genoemd. Dat is essentieel voor gewassen zoals tomaat, waar stuifmeel niet zomaar vrijkomt. De University of Wisconsin–Madison beschrijft dat hommels door te trillen stuifmeel losmaken, wat ze bijzonder effectief maakt voor dit soort gewassen.

Daarnaast zijn er solitaire bijen, zoals metselbijen en behangersbijen. Ze leven niet in kolonies, maar zijn vaak zeer efficiënt in het bestuiven van specifieke planten. Ze vliegen al bij lagere temperaturen dan honingbijen en zijn minder kieskeurig in hun nestplaats. Voor veel tuinen zijn ze een onmisbare aanvulling.

Het verschil in bestuivingsgedrag vertaalt zich direct in je oogst. Een plant die door meerdere soorten bestuivers wordt bezocht, krijgt gemiddeld meer stuifmeelkorrels op de juiste plek. Dat leidt tot betere vruchtzetting, grotere vruchten en minder misvormde exemplaren. Bij gewassen zoals aardbei, appel, peer, courgette en pompoen zie je dat verschil vaak meteen.

Waarom diversiteit aan bestuivers belangrijker is dan alleen honingbijen

Een tuin of perceel met alleen honingbijen is kwetsbaar. Weersomstandigheden, ziektes of een tijdelijk tekort aan honingbijen kunnen de bestuiving dan plotseling laten stagneren. Diversiteit aan bestuivers spreidt dat risico.

Hommels vliegen bij lagere temperaturen dan honingbijen. Dat betekent dat ze op vroege voorjaarsdagen, als fruitbomen bloeien, al actief kunnen zijn terwijl honingbijen nog binnen blijven. Solitaire bijen hebben weer andere actieve periodes en bloemvoorkeuren. Door deze verschillen wordt de bestuiving over een langere periode en onder meer omstandigheden verdekt.

Daarnaast zijn sommige bestuivers gespecialiseerd in bepaalde bloemvormen. Langtongige hommels en bijen kunnen diep in bloemen met een lange kelk komen, terwijl korttongige soorten vooral bij open bloemen terechtkunnen. Een mix van bestuivers vergroot dus het bereik naar verschillende gewassen.

De FAO wijst erop dat het verbeteren van bestuivingsdichtheid en -diversiteit direct impact heeft op de opbrengst. Dat geldt niet alleen voor grote landbouw, maar net zo goed voor moestuinen en kleine percelen. Hoe meer verschillende bestuivers op het juiste moment aanwezig zijn, hoe groter de kans op een volledige oogst.

Een concreet voorbeeld: in een tuin met alleen honingbijen kan een regenachtige periode tijdens de bloei van courgette tot misvormde vruchten leiden. Met hommels erbij, die ook bij minder ideaal weer vliegen, wordt de bestuiving deels opgevangen. Hetzelfde geldt voor tomaten, waar hommels door trilling stuifmeel vrijmaken dat honingbijen niet loskrijgen.

Hoe je bijen en hommels naar je tuin of perceel lokt

Bestuivers komen niet vanzelf als er niets te eten of te nestelen is. Je kunt ze gericht uitnodigen door voedsel, nestgelegenheid en beschutting te bieden. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar het moet wel kloppen met hun levenscyclus.

Begin bij voedsel. Zorg voor een zo lang mogelijke bloeiperiode, van vroeg voorjaar tot laat in het najaar. Voorjaarsbloeiers zoals wilg, krokus en longkruid zijn belangrijk voor hommels die vroeg actief worden. In de zomer helpen lavendel, salie, tijm, kattenkruid, zonnebloem en distels. In het najaar zijn asters, sedum en klimop waardevol. Kies bij voorkeur enkelbloemige variëteiten, want bij gevulde bloemen is de nectar vaak moeilijk bereikbaar.

Zorg voor nestgelegenheid. Hommels nestelen graag in droge, beschutte plekken, zoals een hoop bladeren, een composthoop of een speciaal hommelnestkastje. Solitaire bijen hebben holle stengels, gaatjes in hout of een insectenhotel nodig. Laat een deel van je tuin wat rommelig: dood hout, bladeren en holle plantenstengels zijn ideale nestplekken.

Bied beschutting. Bestuivers hebben behoefte aan plekken waar ze kunnen schuilen tegen wind en regen. Een heg, een muur of dichte beplanting helpt. Ook water is belangrijk: een ondiepe schaal met wat steentjes geeft bijen en hommels de kans om te drinken zonder te verdrinken.

Vermijd pesticiden. Insecticiden, herbiciden en fungiciden kunnen bestuivers direct doden of hun oriëntatie en voortplanting verstoren. Zelfs middelen die als ‘bijvriendelijk’ worden aangeprezen, kunnen in combinatie met elkaar schadelijk zijn. Kies liever voor biologische bestrijding en preventieve maatregelen.

Denk aan massa. Bijen en hommels zijn praktisch: ze bezoeken liever een grote plek met veel dezelfde bloemen dan verspreide losse plantjes. Plant daarom in groepen van minimaal een halve vierkante meter per soort. Dat maakt het voor hen de moeite waard.

Verschillen tussen bijen en hommels in de praktijk

Bijen en hommels zijn geen inwisselbare bestuivers. Ze verschillen in grootte, vliegbereik, temperatuurvoorkeur en manier van stuifmeel verzamelen. Wie dat weet, kan gerichter plannen welke bestuiver voor welk gewas belangrijk is.

Honingbijen werken in grote kolonies en kunnen grote afstanden afleggen. Ze zijn zeer geschikt voor grootschalige bestuiving van fruit en zaadgewassen. Maar ze zijn ook afhankelijk van gunstig weer en kunnen bij kou of regen stilvallen. Hommels zijn robuuster in koel weer en vliegen ook bij bewolking. Ze zijn ideaal voor vroege bloeiers en voor gewassen die trilling nodig hebben, zoals tomaat en aubergine.

Solitaire bijen zijn vaak gespecialiseerder en vliegen bij lagere temperaturen dan honingbijen. Ze zijn uitstekend voor het bestuiven van fruitbomen en struiken in het vroege voorjaar. Omdat ze niet in kolonies leven, zijn ze minder afhankelijk van grote hoeveelheden voedsel op één plek. Ze nestelen graag in holle stengels, zandige grond of gaatjes in hout.

In de praktijk betekent dit dat je voor een goede oogst niet moet rekenen op één type bestuiver. Een combinatie van honingbijen, hommels en solitaire bijen geeft de beste garantie dat bloemen op het juiste moment worden bezocht. Vooral in tuinen en op kleine percelen zie je dat terug in de vruchtzetting.

Veelgemaakte fouten bij het aantrekken van bestuivers

Veel tuiniers en telers willen bestuivers helpen, maar doen per ongeluk het tegenovergestelde. De meest voorkomende fouten zijn een gebrek aan voedsel in bepaalde periodes, verkeerde nestgelegenheid en het gebruik van schadelijke middelen.

Een eerste fout is alleen in de zomer bloemen hebben. Bijen en hommels hebben van vroeg voorjaar tot laat najaar voedsel nodig. Een tuin die alleen in juli bloeit, helpt hommels niet die in maart een kolonie starten. Zorg voor een opeenvolging van bloeiende planten door het seizoen heen.

Een tweede fout is het plaatsen van een insectenhotel op een verkeerde plek. Solitaire bijen willen zon en beschutting, geen koude, vochtige hoek. Ook moeten de gaatjes de juiste diameter hebben en niet splinteren. Een verkeerd hotel trekt geen bijen aan of wordt zelfs een doodlopende weg.

Een derde fout is het gebruik van pesticiden, ook buiten de bloei. Resten kunnen in de bodem en in planten achterblijven en bestuivers alsnog schaden. Kies voor biologische middelen of laat de natuur zijn werk doen.

Een vierde fout is te veel netten of afdekking gebruiken zonder rekening te houden met bestuivers. Als een gewas tijdens de bloei volledig is afgeschermd, kunnen bijen en hommels er niet bij. Zorg dat bestuivers toegang hebben op het moment dat de bloemen open zijn.

Een vijfde fout is denken dat één bijensoort alles oplost. Juist de combinatie van soorten maakt je oogst robuuster. Investeer in diversiteit, niet in een enkele oplossing.

Welke bestuiver voor welk gewas

Niet elk gewas heeft dezelfde bestuiver nodig. Sommige bloemen zijn gemakkelijk toegankelijk, andere vragen om trilling of een lange tong. Door te weten welke bestuiver het beste past, kun je gericht maatregelen nemen.

Fruitbomen zoals appel en peer zijn gebaat bij honingbijen en solitaire bijen die in het vroege voorjaar vliegen. Hommels zijn hier ook waardevol omdat ze bij lagere temperaturen actief zijn. Bessenstruiken zoals framboos en braam profiteren van een mix van bestuivers, vooral hommels en solitaire bijen.

Tomaten, aubergines en paprika’s hebben baat bij hommels die door trilling stuifmeel losmaken. Honingbijen zijn hier minder effectief. Courgette, pompoen en komkommer hebben grote bloemen die door zowel bijen als hommels worden bezocht. Een combinatie werkt het beste.

Zaadgewassen zoals kool, wortel en ui hebben vaak behoefte aan vroege bestuivers. Solitaire bijen en hommels zijn hier belangrijk. Kruiden zoals bieslook, tijm en salie trekken veel verschillende bestuivers aan en kunnen als lokplant dienen.

Door bewust te kiezen voor planten die verschillende bestuivers aantrekken, vergroot je de kans dat elk gewas op het juiste moment wordt bezocht. Dat vertaalt zich in vollere vruchten, meer zaden en een hogere opbrengst.

Bestuiving en weer: waarom timing alles bepaalt

Het weer is misschien wel de grootste factor die je niet in de hand hebt, maar die je wel kunt opvangen. Regen, kou en wind kunnen de bestuiving ernstig verstoren. Juist dan blijkt het verschil tussen een tuin met alleen honingbijen en een tuin met een diverse bestuiversgemeenschap.

Honingbijen blijven bij regen en kou binnen. Hommels vliegen vaker door bij bewolkt en koel weer. Solitaire bijen zijn actief bij lagere temperaturen dan honingbijen. Als je alleen op honingbijen rekent, kan een regenachtige bloeiperiode betekenen dat er nauwelijks bestuiving plaatsvindt. Met hommels en solitaire bijen erbij wordt een deel van die periode opgevangen.

Wind kan bestuivers wegblazen of hun oriëntatie verstoren. Een beschutte tuin met hagen en bomen biedt dan uitkomst. Zorg voor windluwe plekken waar bloemen kunnen staan en bestuivers rustig kunnen werken.

Hitte kan ervoor zorgen dat bloemen sneller verwelken en stuifmeel minder levensvatbaar wordt. Zorg voor voldoende water en schaduwplekken in de middag. Een gevarieerde beplanting met verschillende bloeitijden spreidt ook het risico van extreme weersomstandigheden.

Door te plannen op diversiteit en beschutting, maak je je oogst minder afhankelijk van één weersomstandigheid of één bestuiver. Dat is de kern van een robuuste bestuivingsstrategie.

Vergelijking van bestuivers voor je oogst

Bestuiver Sterk in Minder geschikt voor Actief bij Nestgelegenheid
Honingbij Grote oppervlaktes, fruitbomen, zaadgewassen Kou, regen, tomaat (trilling nodig) Zonnig, warm weer Bijenkast of holle boom
Hommel Vroege bloeiers, tomaat, aubergine, koel weer Zeer warm en droog weer Bewolkt, koel, vroeg voorjaar Droge bladerhoop, compost, nestkastje
Solitaire bij Vroege fruitbomen, bessenstruiken, diversiteit Grote monoculturen Lagere temperaturen dan honingbij Holle stengels, gaatjes in hout, zandgrond
Zweefvlieg Open bloemen, kruiden, algemene bestuiving Diepe bloemen, trilling nodig Zonnig, matig warm Diverse plekken, vaak in planten
Vlinder Nectarplanten, zomerbloeiers Vroege voorjaarsbestuiving Warm, zonnig weer Waardplanten voor rupsen

Deze tabel laat zien dat elke bestuiver zijn eigen sterke punten heeft. Voor een goede oogst is het verstandig om te streven naar een mix, zodat verschillende gewassen en weersomstandigheden worden afgedekt. Een tuin met alleen honingbijen mist de vroege en koele momenten; een tuin met alleen hommels mist de grote aantallen die honingbijen kunnen leveren. De combinatie maakt het verschil.

Veelgestelde vragen

Heb ik per se honingbijen nodig voor een goede oogst?

Nee, honingbijen zijn nuttig maar niet de enige bestuivers. Hommels en solitaire bijen zijn voor veel gewassen minstens zo belangrijk, en soms zelfs beter. Voor tomaten zijn hommels essentieel omdat ze door trilling stuifmeel losmaken. Voor vroege fruitbomen zijn solitaire bijen en hommels vaak actiever dan honingbijen. Een mix van bestuivers geeft het beste resultaat.

Wat kan ik doen als er weinig bijen en hommels in mijn tuin zijn?

Zorg allereerst voor voedsel en nestgelegenheid. Plant bloeiers die van vroeg voorjaar tot laat najaar nectar en stuifmeel leveren. Laat een rommelhoekje met holle stengels, dood hout en bladeren liggen. Vermijd pesticiden. Vaak zie je binnen een seizoen al meer bestuivers. Het kan ook helpen om in groepen te planten, zodat bestuivers een rijke plek vinden.

Waarom zijn hommels beter in koud weer dan honingbijen?

Hommels hebben een hariger lichaam en kunnen hun spieren warm laten trillen, waardoor ze bij lagere temperaturen kunnen vliegen. Honingbijen zijn afhankelijk van de temperatuur in de kolonie en vliegen minder snel uit bij kou of regen. Daardoor zijn hommels vaak eerder in het voorjaar actief en kunnen ze op bewolkte dagen toch bestuiven.

Hoe weet ik of mijn gewas goed bestoven is?

Kijk naar de vruchtzetting. Bij goed bestoven gewassen zie je meer gelijkmatige vruchten, minder misvormingen en een vollere vorm. Bij courgette en komkommer zie je dat misvormde vruchten vaak het gevolg zijn van onvolledige bestuiving. Bij tomaten zie je dat hommels door trilling zorgen voor een gelijkmatiger vruchtzetting. Als je veel misvormde of kleine vruchten ziet, kan een gebrek aan bestuivers een rol spelen.

Mag ik bijen en hommels lokken met suikerwater?

Nee, het is beter om geen suikerwater te gebruiken. Het kan bijen en hommels kunstmatig voeden en hun natuurlijke foerageergedrag verstoren. Bovendien kan het ziektes verspreiden als het niet goed wordt schoongehouden. Zet liever in op echte bloemen met nectar en stuifmeel. Dat is gezonder en duurzamer voor de bestuivers en voor je oogst.

Bronnen

  1. environment.ec.europa.eu — Pollinators – Environment – European Commission
  2. fws.gov — Pollinators Benefit Agriculture | U.S. Fish & Wildlife Service
  3. fao.org — Freebee: How bees can help raise food security of 2 billion smallholders at no cost
  4. pollinators.wisc.edu — Bumble Bees – Wisconsin Pollinators – UW–Madison
Vond je dit artikel interessant?
Deel het met je vrienden
Misschien heeft iemand in jouw omgeving hier ook iets aan.
Beoordeel dit artikel
4.8/5

1 reactie

  1. Dat cijfer van 34 miljard dollar van de U.S. Fish & Wildlife Service, waar is dat op gebaseerd? Ik wil wel eens een bron zien, want dat soort bedragen worden vaak uit hun verband gerukt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.