S Stuurgitter.nlSlimmer wonen, fijner tuinieren

Laat aardappelen na het rooien niet meteen in een gesloten bak verdwijnen

Het is verleidelijk om na het rooien van aardappelen de oogst snel in een emmer of gesloten bak te gooien, maar dat is precies wat je beter niet kunt doen. Verse aardappelen hebben na de oogst een korte maar cruciale periode nodig om te drogen en te herstellen, voordat ze de donkere, koele opslag in gaan. Wie deze fase overslaat, riskeert rot, schimmel en een kortere houdbaarheid. In dit artikel lees je waarom die eerste uren na het rooien zo belangrijk zijn, hoe je het beste te werk gaat en welke veelgemaakte fouten je moet vermijden.

Laat aardappelen na het rooien niet meteen in een gesloten bak verdwijnen
© Stuurgitter.nl Laat aardappelen na het rooien niet meteen in een gesloten bak verdwijnen

Waarom aardappelen na het rooien niet direct in een gesloten bak mogen

Direct na het rooien zijn aardappelen nog niet klaar voor langdurige opslag. De schil is op dat moment dun en kwetsbaar, en de knollen bevatten veel vocht aan het oppervlak. Als je ze meteen in een afgesloten bak stopt, blijft dat vocht hangen. Daardoor ontstaat een vochtige, zuurstofarme omgeving waarin schimmels en bacteriën zich razendsnel kunnen ontwikkelen. Bovendien kan condensvorming op de knollen leiden tot vroegtijdig kiemen en een onaangename, muffe geur.

Universitaire en landbouwkundige bronnen benadrukken unaniem dat aardappelen na de oogst eerst moeten drogen en dat de schil moet verharden. Dit proces wordt ook wel ‘curing’ genoemd. Tijdens deze fase herstelt de aardappel kleine beschadigingen die tijdens het rooien zijn ontstaan, en wordt de schil steviger. Pas daarna is de aardappel klaar om in een donkere, koele en goed geventileerde ruimte te worden bewaard.

Wat gebeurt er als je aardappelen te snel afsluit?

  • Vochtophoping: Aardappelen die nog vochtig zijn, zorgen voor condens in de bak. Dit verhoogt de luchtvochtigheid lokaal en bevordert schimmelgroei.
  • Rotplekken: Kleine beschadigingen aan de schil kunnen niet goed genezen als de knollen nat en afgesloten liggen. Hierdoor ontstaan snel rotte plekken die zich uitbreiden naar gezonde knollen.
  • Vroegtijdig kiemen: Een te hoge luchtvochtigheid en een te hoge temperatuur in een afgesloten bak stimuleren de kiemvorming. Aardappelen die gaan kiemen, verliezen hun kwaliteit en worden minder smakelijk.
  • Muffe geur: Een gesloten bak zonder ventilatie kan gaan ruiken naar vocht en bederf, wat een teken is dat het proces al misgaat.

De juiste aanpak: drogen en laten herstellen

Na het rooien is het belangrijk om de aardappelen eerst enkele uren te laten drogen. Dit kan het beste op een droge, luchtige plek, bijvoorbeeld op het land of in een schuur. Spreid de knollen uit in een enkele laag, zodat ze rondom kunnen drogen. Vermijd direct zonlicht, want dat kan groenverkleuring veroorzaken. Groene aardappelen bevatten solanine, een natuurlijke gifstof die bitter smaakt en in grote hoeveelheden schadelijk kan zijn.

De droogtijd hangt af van de weersomstandigheden. Bij droog weer zijn een paar uur vaak voldoende. Als het vochtig of regenachtig is, kun je de aardappelen beter binnen laten drogen op een koele, goed geventileerde plek. Zorg dat er voldoende luchtcirculatie is, zodat het oppervlak van de knollen echt droog wordt.

Het verschil tussen drogen en uitharden (curing)

Drogen en uitharden worden vaak door elkaar gebruikt, maar het zijn twee verschillende stappen. Drogen is het verwijderen van oppervlaktevocht, terwijl uitharden een langer proces is waarbij de schil verhardt en wondjes herstellen. Voor aardappelen die je snel wilt eten, is drogen meestal voldoende. Voor aardappelen die je maanden wilt bewaren, is een uithardingsfase van één tot twee weken aan te raden.

Tijdens het uitharden bewaar je de aardappelen op een iets hogere temperatuur dan de uiteindelijke opslagtemperatuur, bijvoorbeeld rond de 15-20°C, met een hoge luchtvochtigheid van ongeveer 85-90%. Dit klinkt misschien tegenstrijdig, maar deze omstandigheden zorgen ervoor dat de schil snel verhardt en dat kleine beschadigingen genezen. Daarna verplaats je de aardappelen naar een koele, donkere ruimte met een temperatuur van 4-8°C en een luchtvochtigheid van 80-90%.

Veelgemaakte fouten bij het bewaren van aardappelen

Fout 1: Aardappelen wassen voor opslag

Veel mensen wassen aardappelen direct na het rooien om ze schoon te maken. Dat is een grote fout. Door het wassen verwijder je niet alleen vuil, maar ook de natuurlijke beschermlaag van de schil. Bovendien blijft er water achter in de ogen van de aardappel, wat rotting in de hand werkt. Bewaar aardappelen ongewassen en borstel pas vlak voor gebruik het overtollige zand eraf.

Fout 2: Aardappelen in de koelkast bewaren

De koelkast is te koud en te droog voor aardappelen. Bij temperaturen onder de 4°C zet het zetmeel in de aardappel om in suiker, waardoor de smaak zoet en de textuur melig wordt. Bovendien is de luchtvochtigheid in de koelkast te laag, waardoor aardappelen snel uitdrogen en rimpelig worden. Bewaar aardappelen daarom op een koele, donkere plek buiten de koelkast, zoals een kelder of een vorstvrije garage.

Fout 3: Aardappelen in een plastic zak bewaren

Plastic zakken houden vocht vast en voorkomen luchtcirculatie. Daardoor ontstaat condens en kunnen schimmels groeien. Gebruik in plaats daarvan een papieren zak, een jute zak of een open mand. Zorg altijd voor ventilatiegaten, zodat overtollig vocht kan ontsnappen.

Fout 4: Aardappelen in het licht bewaren

Licht zorgt ervoor dat aardappelen groen worden. Dit gebeurt door de vorming van chlorofyl, en gepaard met een toename van solanine. Groene plekken moeten ruim worden weggesneden, maar het is beter om dit helemaal te voorkomen. Bewaar aardappelen daarom altijd in het donker, bijvoorbeeld in een donkere kast of onder een doek.

Fout 5: Aardappelen mengen met uien

Uien en aardappelen zijn geen goede buren. Uien geven vocht en ethyleengas af, waardoor aardappelen sneller bederven en gaan kiemen. Bewaar ze daarom apart van elkaar, in verschillende bakken of op verschillende plekken.

Praktische tips voor het bewaren van aardappelen

  • Controleer regelmatig: Haal om de paar weken de aardappelen door elkaar en verwijder knollen die beginnen te rotten of te kiemen. Eén rotte aardappel kan snel anderen aantasten.
  • Kies de juiste bewaarplaats: Een donkere, koele en goed geventileerde ruimte is ideaal. Een kelder, een onverwarmde bijkeuken of een speciale aardappelkist voldoen goed.
  • Gebruik ademende verpakkingen: Jute zakken, papieren zakken of open houten kratten zijn perfect. Ze laten lucht circuleren en voorkomen vochtophoping.
  • Laat aardappelen niet bevriezen: Temperaturen onder 0°C beschadigen de aardappelstructuur. Zorg dat de bewaarplaats vorstvrij is.
  • Bewaar alleen gave aardappelen: Knollen met snijwonden, rotte plekken of andere beschadigingen zijn niet geschikt voor langdurige opslag. Gebruik ze eerst of gooi ze weg.

Hoe herken je een goede bewaaraardappel?

Niet alle aardappelrassen zijn even geschikt voor langdurige bewaring. Vroegrijpe rassen, zoals nieuwe aardappelen, zijn bedoeld om snel te worden gegeten en hebben een dunne schil die niet goed bewaart. Late rassen, zoals Bintje, Eigenheimer of Nicola, hebben een dikkere schil en zijn beter bestand tegen opslag. Kies daarom bij het planten al rekening houdend met het beoogde gebruik.

Een goede bewaaraardappel is stevig, heeft een gave schil en is vrij van groene plekken. Na het rooien en drogen voelt de schil droog en ruw aan, niet glad of vochtig. Als je twijfelt, kun je een aardappel licht schuren met je duim: als de schil niet gemakkelijk loslaat, is de aardappel klaar voor opslag.

Wat te doen met aardappelen die niet geschikt zijn voor opslag?

Niet elke aardappel is geschikt om maanden te bewaren. Kleine, beschadigde of groene aardappelen kun je beter snel verwerken. Je kunt ze bijvoorbeeld koken, bakken, pureren of invriezen. Invriezen is een goede manier om aardappelen langer te bewaren, maar het verandert wel de textuur. Gekookte aardappelen kun je het beste pureren of verwerken in een ovenschotel, omdat ze na het invriezen niet meer stevig blijven.

Aardappelen die tijdens de bewaring gaan kiemen, kun je nog steeds eten, maar de kiemen moet je ruim verwijderen. De aardappel zelf is dan vaak nog goed, maar de smaak kan wat zoeter zijn. Als de aardappel zacht, gerimpeld of beschimmeld is, kun je hem beter weggooien.

De invloed van het weer op het rooien en bewaren

Het weer speelt een grote rol bij het rooien en bewaren van aardappelen. Rooi je aardappelen bij voorkeur op een droge dag, zodat de grond niet aan de knollen blijft kleven en ze snel kunnen drogen. Als de grond nat is, worden aardappelen vies en is de kans op beschadiging groter. Bovendien duurt het drogen langer, waardoor het risico op rot toeneemt.

Na een natte periode is het verstandig om de aardappelen eerst enkele dagen te laten drogen in een goed geventileerde ruimte voordat je ze opbergt. Dit geldt ook voor aardappelen die je in de supermarkt koopt: ook die kun je het beste thuis eerst laten drogen als ze vochtig aanvoelen.

Bewaarruimte voorbereiden

Voordat je aardappelen gaat bewaren, is het belangrijk om de bewaarruimte goed voor te bereiden. Maak de ruimte schoon en droog, en zorg voor voldoende ventilatie. Een te hoge luchtvochtigheid kan condens veroorzaken, terwijl een te lage luchtvochtigheid ervoor zorgt dat aardappelen uitdrogen. Een luchtvochtigheid van 80-90% is ideaal. Dit kun je meten met een hygrometer, die je in de meeste bouwmarkten kunt kopen.

Controleer ook of de ruimte donker genoeg is. Licht zorgt voor groenverkleuring, dus dek ramen af of gebruik een donkere kast. Zorg dat de temperatuur stabiel blijft en niet schommelt. Een constante temperatuur tussen 4 en 8°C is het beste. Als de temperatuur te hoog is, gaan aardappelen sneller kiemen; als de temperatuur te laag is, worden ze zoet.

Alternatieve bewaarmethoden

Naast de traditionele kelder zijn er andere manieren om aardappelen te bewaren. Een aardappelkist is een speciale houten kist met ventilatiegaten, die je in huis kunt plaatsen. Deze kisten zijn vaak donker van binnen en houden de aardappelen op een constante temperatuur. Ook kun je aardappelen bewaren in een papieren zak met gaten, op een koele plaats zoals een onverwarmde slaapkamer of een garage.

Voor wie weinig ruimte heeft, is er de mogelijkheid om aardappelen in te vriezen. Dit vereist wel wat voorbereiding: schil en snijd de aardappelen, blancheer ze kort en vries ze in. Gekookte aardappelen kun je ook invriezen, maar de textuur wordt anders. Invriezen is dus vooral geschikt voor aardappelen die je later wilt verwerken in soep, puree of ovenschotels.

Veelgemaakte vragen over aardappelen bewaren

Veel mensen vragen zich af of aardappelen in de koelkast mogen, of dat je ze moet wassen voor opslag. Het antwoord is duidelijk: niet in de koelkast en niet wassen. Andere veelgestelde vragen gaan over het bewaren van aardappelen in de zomer, of hoe je kunt voorkomen dat aardappelen gaan kiemen. In de zomer is het moeilijker om een koele plek te vinden, maar een kelder of een koelcel kan uitkomst bieden. Om kiemen te voorkomen, kun je aardappelen op een donkere plek bewaren en regelmatig controleren.

Vergelijking van bewaarmethoden voor aardappelen

Methode Temperatuur Luchtvochtigheid Houdbaarheid Geschikt voor
Kelder 4-8°C 80-90% Enkele maanden Late rassen
Aardappelkist 10-15°C 70-80% Enkele weken tot maanden Korte bewaring
Papieren zak Kamertemperatuur Laag Enkele weken Snel gebruik
Koelkast 4°C Laag Kort Niet aanbevolen
Invriezen -18°C Niet van toepassing Tot 6 maanden Bewerkt product

Veelgestelde vragen

Moet ik aardappelen wassen voordat ik ze bewaar?

Nee, je moet aardappelen niet wassen voordat je ze bewaart. Door het wassen verwijder je de natuurlijke beschermlaag en blijft er vocht achter, wat rotting bevordert. Bewaar aardappelen ongewassen en borstel ze vlak voor gebruik af.

Kan ik aardappelen in de koelkast bewaren?

Het is beter om aardappelen niet in de koelkast te bewaren. De koelkast is te koud, waardoor zetmeel wordt omgezet in suiker en de aardappelen zoet en melig worden. Daarnaast is de luchtvochtigheid te laag, waardoor ze uitdrogen.

Hoe lang moet ik aardappelen laten drogen na het rooien?

Laat aardappelen na het rooien minimaal een paar uur drogen op een luchtige plek, totdat het oppervlak volledig droog is. Bij vochtig weer kan dit langer duren. Voor langdurige bewaring is een uithardingsperiode van één tot twee weken aan te raden.

Waarom worden aardappelen groen en is dat gevaarlijk?

Aardappelen worden groen door blootstelling aan licht. Dit gaat gepaard met de vorming van solanine, een natuurlijke gifstof die bitter smaakt en in grote hoeveelheden schadelijk kan zijn. Snijd groene delen ruim weg en bewaar aardappelen altijd in het donker.

Kun je aardappelen het beste in een plastic zak bewaren?

Nee, plastic zakken houden vocht vast en voorkomen luchtcirculatie, waardoor schimmel en rot ontstaan. Gebruik in plaats daarvan een papieren zak, jute zak of een open mand met ventilatiegaten.

Bronnen

  1. sfyl.ifas.ufl.edu — Potatoes Home Garden – Solutions for Your Life – University of Florida, Institute of Food and Agricultural Sciences – UF/IFAS
  2. ncfreshproducesafety.ces.ncsu.edu — Postharvest Produce Guide – Potato – NC Fresh Produce Safety | NC State Extension
  3. fao.org — Food Processing book one FAO.qxd
  4. ipm.ucanr.edu — Storage / Potato / Agriculture: Pest Management Guidelines / UC Statewide IPM Program (UC IPM)
Vond je dit artikel interessant?
Deel het met je vrienden
Misschien heeft iemand in jouw omgeving hier ook iets aan.
Beoordeel dit artikel
4.8/5

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.